|
Landbouw in West-Afrika >
A weapon of mass construction
Anneline Geerts verloor haar hart aan Mali tijdens haar studies. Momenteel werkt ze als vrijwilliger bij onze partner AMPDR. Elke maand gaat Anneline op zoek naar de kleine en grote, de hoopvolle en harde verhalen bij Malinese boeren. Dit keer staat ze met haar botten in de groentetuinen en schrijft ze ons over de sleutelrol van landbouw in Afrika.
|
|
 |
De lokale partner van Bevrijde Wereld ‘Association Malienne Pour le Développement Rural’ (AMPDR) is verantwoordelijk voor de totstandkoming van vijf tuinbouwprojecten in de plattelands-gemeenschap Dialakoroba. Deze gemeenschap bestaat uit 23 verschillende dorpen. AMPDR zorgde voor de aanleg van tuinbouwpercelen en verschillende waterputten en geeft vorming om de dorpelingen in te lichten over het onderhoud, gebruik van compost en administratief en financieel beheer van de opbrengsten. De groentetuinen moeten boerenfamilies de kans geven het hele jaar door groenten te verbouwen. AMPDR zet vier terreinmedewerkers in die de activiteiten permanent opvolgen en evalueren. De groentetuinen moeten leiden tot een meer gevarieerd menu voor de dorpelingen, voor extra inkomsten en zelfstandigheid voor de vrouwen in de gemeenschap.
Eén grote groentetuin voor 110 vrouwen
De groentetuinen zijn het domein van de vrouwen. Terwijl de mannen werken op de grotere landbouwplantages, verbouwen de vrouwen hun eigen ajuinen, sjalotten, hete pepers, papaya en maniok. In het dorp Bogola verdeelde AMPDR een groentetuin onder de 110 vrouwen. Elke vrouw heeft haar eigen perceel en dus haar eigen oogst en opbrengst. Wel moet ze op het einde van de oogst een bedrag afstaan aan de gemeenschappelijke spaarkas. Dit initiatief van AMPDR zorgt voor voldoende financiële middelen voor gemeenschappelijke aankopen, zoals de aankoop van zaaigoed. Het grootste deel van hun oogst is bestemd voor de verkoop. De opbrengst van de verkoop gaat voornamelijk naar de aankoop van voedsel en kledij.
Afrikaanse landbouw als een weapon of mass construction
De land- en tuinbouwsector biedt voor veel Malinezen nog steeds weinig perspectief. Het ontbreekt de boerenbevolking aan de nodige infrastructuur en middelen, zoals verschillende gewassen, geschikte waterbronnen en voedingsmiddelen voor de bodem. Als gevolg daarvan trekt de plattelandsbevolking massaal naar de steden, op zoek naar een inkomen om hun grote families te onderhouden. Om deze neerwaartse trend en ontvolking van het platteland tegen te gaan, is het van essentieel belang de boeren productiever te maken. Een duurzame en winstgevende land- en tuinbouw biedt bovendien de sleutel tot minder armoede. Kleinschalige land- en tuinbouwers moeten gestimuleerd worden tot het kweken en verkopen van Afrikaans voedsel.
Dit is ook de visie van de West-Afrikaanse NGO ‘Songhaï’, die streeft naar een meer efficiënte landbouwketen als de sleutel tot sociale stabiliteit en minder armoede in de regio. Het project, dat gesteund wordt door verschillende organisaties van de Verenigde Naties en bijdraagt aan de millenniumdoelstellingen, zoekt daarom naar betere rassen en andere gewassen. Het Songhaï model zal in de toekomst worden toegepast in 15 Afrikaanse landen. Godfrey Nzamujo, oprichter van het Songhaï Center in Benin, ziet in een rendabelere Afrikaanse landbouwsector “a weapon of mass construction”.
Anneline Geerts, vanuit Mali
Lees meer over onze partners en projecten in Mali
|
|
(foto: vrouw met slaplantjes)
Elke vrouw heeft één perceel. De perceeltjes liggen op een rij. De meeste vrouwen moeten de mannen deze periode helpen op de grote landbouwpercelen en moeten hun groenten dus even in de steek laten.
|
(Foto: ajuinen)
De vrouwen vertellen dat ze vroeger geen geld hadden om ajuinen te kopen. Dankzij de groentetuin verbouwen ze nu zelf ajuinen.
|
Foto: maniok)
Dankzij de groentetuin hebben de vrouwen nu maniok op het menu staan, die ze gebruiken voor het middag- en avondmaal. Vroeger hadden ze geen maniok, want ze hadden geen geschikte plek om de maniokplanten te cultiveren. |
(Foto: waterput)
Het water staat al erg laag. In de maanden maart-april-mei zijn de waterputten bijna leeg. In het regenseizoen ((juni)-juli-aug-sept-(okt)) staat het water bijna tot aan de rand van de waterput.
|