
Bolivia ligt in het hartje van Zuid-Amerika, en wordt omringd door grote buren als Argentinië en Brazilië, maar ook Peru, Chili en Paraguay grenzen aan Bolivia. Regeringscentrum La Paz vormt de dichtst bevolkte metropool van het land. Bolivia telt ruim acht miljoen inwoners, waarvan ruim de helft in stedelijk gebied. Bolivia is niet enkel het hoogst gelegen, maar ook het armste en het meest geïsoleerde land in Latijns-Amerika. Ongeveer 60% van de bevolking is indiaans. De grootste bevolkingsgroepen zijn de Quechuas (30%), de Aymaras (25%) en de Mestiezen van indiaans/blanke afkomst (30%).
De meerderheid van de bevolking leeft in grote armoede, ondanks de overvloed aan natuurlijke rijkdommen in het land. Tijdens de Spaanse overheersing exporteerden de kolonisatoren grote hoeveelheden goud, zilver en tin. Na de onafhankelijkheid werden ook fossiele brandstoffen ontdekt. Naast aardolie beschikt het land over de op één na grootste aardgas-reserve in Zuid-Amerika (na Venezuela). De regering-Morales nationaliseerde in 2006 een groot deel van de winstgevende aardgas-exploitatie.
Volgens gegevens van de Boliviaanse autoriteiten leeft 60% van de bevolking onder de armoedegrens, 32% leeft zelfs in extreme armoede. Het overgrote deel van de armen woont op het platteland. Tot voor kort werden er weinig of geen middelen geïnvesteerd in de ontwikkeling van de rurale hooglanden. Kwaliteit en kwantiteit van de productie zijn dus te laag is om te kunnen exporteren. Importproducten bedreigen bovendien de lokale marktprijzen. De uitgestrekte boerderijen in de vruchtbare laaglanden produceren daarentegen heel wat verschillende teelten, met soja als belangrijkste exportproduct.
De buitengewone geografische en klimatologische omstandigheden in de hooglanden – bergachtig, koud, hoog, droog – beperken de landbouwproductie tot amper een paar verschillende gewassen, waaronder bijvoorbeeld de aardappel. Dit verklaart de grote afhankelijkheid van één of twee producten. Het grote aanbod duwt de prijs omlaag. Sterk versnipperde, rotsachtige perceeltjes reduceren de opbrengsten. De inkomsten uit landbouw en veeteelt zijn dikwijls ontoereikend om in het levensonderhoud te kunnen voorzien. Ondervoeding is dan het gevolg. Maar ook de noodzakelijke basisvoorzieningen ontbreken. Veel boeren en vooral jongeren trekken weg uit het platteland, naar grote steden als La Paz en Santa Cruz.