De Filippijnen vormen een buitenbeentje op de wereldkaart, want het land is samengesteld uit meer dan 7 100 eilanden. De Filippijnen hebben dus geen aangrenzende buurlanden. Het land telt negentig miljoen inwoners, op een oppervlakte van 300 000 vierkante kilometer en is daardoor iets minder dicht bevolkt dan België. Wegens het bergachtige karakter leeft de bevolking wel meer geconcentreerd aan de kust en in metropolen als de hoofdstad Manilla (15 miljoen inwoners).
De Filippijnse bevolking is samengesteld uit honderden etnieën. De grootste bevolkingsgroepen vormen de Tagalog (28%) en de Cebuano (13%). Ongeveer tachtig procent van de bevolking is katholiek. De tweede godsdienst is de islam, die ongeveer vijf procent van de bevolking vertegenwoordigt.
Meer dan de helft van de Filippino’s leeft in armoede, op het platteland tot zelfs tachtig procent. Het tropische klimaat en de vruchtbare grond bieden nochtans voldoende potentieel, maar de Filippijnse landbouwers hebben af te rekenen met een aantal structurele problemen. Zeventig procent van de kleine boeren huren grond van grootgrondbezitters, meestal tegen te hoge prijzen. De overige landarbeiders werken tegen hongerlonen. Deze afhankelijkheidsrelatie hindert de plattelandsbevolking in haar ontwikkeling. Ook wordt er steeds meer landbouwareaal ingeruild voor vastgoedontwikkeling en de verbouwing van cash-crops. Daardoor importeren de Filippijnen nu rijst, terwijl ze vroeger exporteerden. De snelle ontbossing en de export van tropische houtsoorten veroorzaakt heel wat ecologische problemen (erosie, modderstromen bij hevige regenval,…). Ook de buitenlandse mijnbouwbedrijven actief in ontginning van nikkel, koper, zilver en goud richten heel wat schade aan. Ondanks de bijzonder winstgevende mijnbouwactiviteiten, is de return voor de lokale bevolking nihil. Arbeiders worden uitgebuit en de omliggende dorpen krijgen af te rekenen met de chemische verontreiniging van bodem en drinkwater.
De Filippijnse economie is sterk afhankelijk van Amerikaanse en Japanse multinationals. Naast de economische afhankelijkheid is er sinds meer dan een eeuw ook de sterke politieke invloed van de Verenigde Staten. Net zoals haar voorgangers, is ook president Arroyo sinds 2001 een trouwe bondgenoot van de VS, niet in het minst wat terrorismebestrijding betreft. Onder het voorwendsel van ‘terroristische dreiging’ worden etnische minderheden en politieke oppositiegroepen bloedig de kop ingedrukt. Sinds het aantreden van Arroyo werden al meer dan 800 politieke moorden gepleegd.