Guinee-Bissau ligt geprangd tussen Senegal en Guinee, aan de Atlantische Oceaan. De hoofdstad Bissau telt ongeveer 335 000 inwoners, ongeveer één vierde van de totale bevolking. De rest van de bevolking woont op het platteland, of in kleine steden. Portugees is de officiële taal in Guinee-Bissau.
Guinee-Bissau kampt in toenemende mate met een aantal pertinente ontwikkelingsproblemen. Het labiele politieke bestel en de gebrekkige infrastructuur maken dat de internationale gemeenschap weinig aandacht heeft voor de problemen in Guinee-Bissau. Het land kreeg de jongste jaren enkele omvangrijke vluchtelingenstromen uit onder meer Ivoorkust, Liberia en Sierra Leone te verwerken. Rondtrekkende rebellengroepen uit de Senegalese Casamance-regio maken de noordelijke grensstreek onveilig.
Maar liefst 79% van de bevolking in Guinee-Bissau heeft geen toegang tot drinkbaar water en sanitair. Tijdens het regenseizoen teisteren ook epidemieën - voornamelijk cholera - de bevolking. Het aantal ondervoede mensen steeg van 24% in 1990 tot 37% in 2003. Die ondervoeding loopt gelijk met een dalende binnenlandse rijstproductie in dezelfde periode. Ontbossing, bodemerosie, dalende neerslag en uitputting van de meest vruchtbare landbouwgronden zijn enkele van de pijnpunten. Tegelijk is er een sterke bevolkingsaangroei in het land. Rijst is dé voedingsbasis bij uitstek in Guinee-Bissau. De zelfvoorzieningsgraad wat betreft rijsproductie is echter sterk dalend sinds 1990.
De kleinschalige landbouwsector stelt ongeveer 85 % van de bevolking tewerk. Cashewnoten zijn goed voor 95% van de export. Guinee-Bissau is één van de grootste cashew-producenten ter wereld. De inkomsten van de cashew-oogst zijn noodzakelijk om de moeilijke periode aan het einde van het regenseizoen te overbruggen, wanneer het wachten is op de nieuwe oogst van de gewassen. De wereldmarktprijzen van cashewnoten zijn ondertussen gekelderd, wegens de sterk stijgende export door Brazilië en India…